Gevolgen voor je opleiding

Welke problemen kun je tegenkomen?

Uiteenlopende problemen

Veel jongeren weten goed met hun kleine lengte om te gaan. Ze hebben dit als kind al geleerd en kunnen zich prima redden met hulpmiddelen en handigheidjes. Er zijn ook jongeren die veel last hebben van hun stoornis. Zij schamen zich bijvoorbeeld voor hun lengte en zijn het liefst in een vertrouwde omgeving. Of: ze hebben veel last van lichamelijke klachten, zoals pijn, vermoeidheid en gewrichtsklachten. Deze klachten veroorzaken bepaalde problemen.

Moeite met leren

Door pijn en vermoeidheid kun je meer moeite hebben met het opnemen en verwerken van de lesstof. Dit heeft negatieve gevolgen als je:

  • De lesstof bestudeert.
  • Hoorcolleges en werkgroepen volgt.
  • Tentamens en examens maakt.
  • Werkstukken en scripties maakt.
  • Stages volgt.

Praktische problemen

Veel onderwijsinstellingen zijn niet berekend op mensen met een kleine lengte, bijvoorbeeld:

  • De gebouwen zijn onvoldoende toegankelijk: je kunt niet bij alle liftknoppen en stopcontacten.
  • De leslokalen zijn niet berekend op kleine mensen: je 'verdrinkt' in de collegebanken.
  • In de bibliotheek kun je niet bij alle boeken, omdat de boekenkasten te hoog zijn.
  • In de mensa of kantine liggen sommige producten buiten bereik.
  • De digitale omgeving levert problemen op, bijvoorbeeld omdat de beeldschermen op de verkeerde hoogte staan.

Problemen door vermoeidheid

Als je kleine lengte samengaat met vermoeidheid ontstaan er weer andere problemen. Het is dan bijvoorbeeld lastiger om:

  • Je lang te concentreren tijdens colleges en tentamens.
  • Actief mee te doen aan werkcolleges en werkgroepjes.
  • Je colleges, tentamens en examens goed voor te bereiden.
  • Werkstukken te maken.
  • Open te staan voor anderen en sociale contacten te onderhouden.
  • Prikkels van buitenaf te negeren, zoals geroezemoes of harde geluiden.
  • Kritiek van docenten of medestudenten goed te verwerken.
  • Onder tijdsdruk te werken.

Sociaal-emotionele problemen

Een nieuwe opleiding starten is leuk, maar ook spannend. Je komt in een andere omgeving terecht, met onbekende studenten en docenten. Je krijgt nieuwe dingen te leren. Er verandert veel, zeker als je op jezelf gaat wonen. Met een kleine lengte is het extra spannend. Kun je je redden in die nieuwe omgeving en hoe gaan anderen reageren? De meeste studenten vinden hierin wel hun weg. Soms lukt dit niet.

De een schaamt zich voor zijn lengte en gaat medestudenten liever uit de weg. Een ander wil zich juist bewijzen en doet overal aan mee. Zij krijgen eerder sociale problemen. Of ze worden angstig, somber, onrustig of agressief (emotionele problemen).

Vooroordelen

Een handicap of aandoening lokt veel misverstanden uit. We noemen twee veel voorkomende fabels en zetten er de feiten tegenover.

  • 'Mensen met een groeiachterstand zijn minder slim.' > Een groeistoornis heeft niets te maken met een geestelijke achterstand of verminderde intelligentie. Dit vooroordeel kan veel onzekerheid oproepen.
  • 'Een klein mens is een lilliputter.' > Termen als 'lilliputter' en 'dwerg' kunnen erg beledigend zijn.

"Ik word door anderen soms op een heel kinderlijke manier benaderd, zelfs door docenten. Heel vervelend."

"In het beroepsonderwijs denken ze al snel dat je fysiek zwaar werk niet aankunt, bijvoorbeeld een opleiding waarin je zwaar gereedschap moet gebruiken. Dit hoeft helemaal niet zo te zijn."

Problemen in de praktijk

Studenten met een groeistoornis noemen zelf de volgende problemen:

  • Afstanden overbruggen tussen de klaslokalen. Kleine mensen hebben daar meer tijd voor nodig en die is er niet altijd. Ook de afstand tussen thuis en school vraagt meer tijd.
  • Zware boeken en ander lesmateriaal meedragen.
  • De hoge kosten van de studie en/of vervolgopleiding. Het is vaak niet mogelijk om via een bijbaantje de inkomsten aan te vullen.
  • De mensa en schoolkantine veroorzaken veel praktische hindernissen: zelfbedieningsbars zijn zeer slecht bereikbaar.