Welke oplossingen zijn er?

Er zijn veel aanpassingen mogelijk.

Wat heb je nodig?

Onderwijsinstellingen zijn berekend op jongeren met een beperking. Welke aanpassingen je nodig hebt hangt af van je lengte en van eventuele bijkomende klachten. Je kunt denken aan:

Een aangepast lesprogramma

Meer tijd kan helpen om beter met je lichamelijke klachten om te gaan.

  • Aangepaste studieplanning: extra tijd voor lessen en studie.
  • Andere wijze van examineren: extra tijd.
  • Aangepaste (opgeknipte) stage: kortere dagen, over langere tijd verspreid.

Tips voor het leren:

  • Maak een studieschema met lege plekken. Zo gooien je klachten je planning niet zo makkelijk in de war. En als je tijd overhoudt, kun je iets leuks doen.
  • Plan voldoende pauzes in en hou je daar ook aan.

Begeleiding, ondersteuning, advies

Kom je door je klachten in de problemen met je studie? Schakel hulp in. Soms ben je met een simpele ingreep gered. Er is van alles mogelijk:

Begeleiding en ondersteuning door een studieloopbaanbegeleider, studentenpsycholoog, mentor of coach.

  • Zij adviseren over voorzieningen, studievertraging, -uitval, studiekeuzes, vervolgstudies, studiefinanciering, wet- en regelgeving.
  • Zij kunnen ook doorverwijzen naar andere instanties, zoals het UVW.

Zij hebben informatie over:

  • Ondersteuning van een 'maatje' of buddy. Dit is een andere student die met jou bespreekt wat je nodig hebt.
  • Cursussen gericht op de beperking, bijvoorbeeld omgaan met vermoeidheid en stress.
  • Begeleiding bij psychische problemen (psycholoog).
  • Ondersteuning voor je toekomstige loopbaan, via bijvoorbeeld trainingen om je zelfbeeld te versterken, een sollicitatietraining of beroepentest.
  • Een digitale en fysieke helpdesk.

Materiële voorzieningen

Vervoer van en naar de instelling, via:

  • een taxi, de kosten worden vergoed
  • een personenauto, van bijvoorbeeld de ouders. Zij krijgen dan een kilometervergoeding.
  • een bruikleenauto. Via UWV kunnen studenten met een WAJONG-indicatie (boven de 18 jaar) een aanvraag doen voor een bruikleenauto. Dit is een 'gesloten vervoersvoorziening'.

Voorzieningen binnen de instelling

  • Rustruimtes.
  • Voor een betere toegankelijkheid: liften, bibliotheken, collegezalen, computerruimtes, toiletten, mensa of restaurant. De instelling kan voor bepaalde aanpassingen zorgen, zoals een verrijdbaar trapje in de bibliotheek, een passend toilet, een aangepaste werkplek in de computerruimte. Andere voorzieningen kun je zelf meebrengen.

Individuele voorzieningen

Deze kunnen van pas komen, zolang ze makkelijk mee te nemen zijn, bijvoorbeeld:

  • Hulpmiddelen om de collegebank of het leslokaal 'passend' te maken, dus een zitverhoging.
  • Een stokje om de lift mee te bedienen.
  • Een grijper om producten in de kantine mee te pakken.

Het UWV kan een vergoeding geven voor individuele voorzieningen of een hulpmiddel leveren. Zie de website van het UWV.

De zorgverzekeraar vergoedt persoonlijke hulpmiddelen, zoals medicijnen, een prothese of communicatiemiddel.

In de praktijk

Welke handigheidjes en hulpmiddelen noemen studenten met een groeistoornis?

  • Een voetenbankje of meeneembaar krukje. Hiermee overkom je heel wat praktische hindernissen. Dit gaat echter niet voor alle kleine mensen op: 'zo'n krukje moet je ook maar weer de hele tijd meeslepen..!'
  • Meer tijd om de afstand van het ene klaslokaal naar het andere te overbruggen. Dit scheelt een hoop, zeker als je gebruik kunt maken van een werkende(!) lift.
  • Een tweede schoolboekenpakket. Deze boeken kunnen in een kluis op school blijven. Echt een uitkomst.
  • Hulp van een medestudent in de Mensa of schoolkantine. Nog beter zou het zijn als er ook voor kleine mensen en rolstoelgebruikers extra voorzieningen beschikbaar zijn.
  • Voorzieningen die maar zelden worden genoemd: gebruik van persoonlijk aangepast schoolmeubilair (bureaustoel) of een bruikleenauto.